Ik hou van alle seizoenen. Van de afwisseling. Daarom mis ik, steeds meer, de winter. Want ‘normale winters’ met vrieskou en sneeuw worden steeds schaarser.
Winterlandschappen, schilderijtjes aan de muur, houden die herinnering springlevend. Ze zijn ooit geschilderd door kunstenaars die, net als ik, betoverd waren door het wit van de sneeuw en het spiegelende zwart van het ijs. Ze wilden anderen deelgenoot maken van hun fascinatie.
Om de makers ‘eer aan te doen’ ben ik op zoek gegaan naar de verhalen achter hun kunstwerken. Dat werd een ware speurtocht, omdat de meeste informatie, die beschikbaar is, vooral gaat over de ‘prijs’ van kunstwerken. Maar ik ging op zoek naar de ‘waarde’. Hopelijk waardeert u dat en geniet u, niet alleen met uw ogen maar ook met hart en ziel, van deze website.
Wie zijn we zonder de winter? De passie van Chris Giebels
Het begon in coronatijd. Ik wilde in die periode van isolement vensters op de wereld behouden. En gezelligheid binnenshuis. Winterlandschappen lenen zich daar goed voor, ze creëren het hele jaar door een kerstsfeer in huis. Maar eerlijk is eerlijk, de eerste werken die ik kocht waren eigenlijk een ratjetoe. Omdat ik er aanvankelijk geen verstand van had kwamen er zowel knullig geschilderde amateuristische werken, als zeldzame topwerken binnen. Toevalstreffers dus.
De ziel van de winter: Waarde boven prijs
Toen ze eenmaal aan de muren hingen, begon ik me af te vragen wie ze eigenlijk gemaakt had. En waarom? En zo werd elk schilderij de bron van een ontdekkingsreis. Gaandeweg herkende ik patronen die me daarvoor niet waren opgevallen. Waarom schilderen Vlamingen bij voorkeur sneeuw, en Hollanders zwart ijs? Waarom is er zoveel te vinden over de prijs van schilderijen en zo weinig over wat de schilder bewoog — hoe hij leefde, wat hem dreef? Over de ‘waarde’ dus, in de volle zin van het woord.
Daarna volgde weer een andere fase, die ik niet had voorzien. De schilderijen waren begonnen als vensters op de wereld, inspireerden me vervolgens om op ontdekkingsreis te gaan naar andere landen en andere tijden. En daarrna werden de ‘vensters’ ook nog eens ‘spiegels’ die me tot zelfreflecties brachten. Waarom houd ik van juist deze werken? Wat zegt de collectie over mijzelf? Wat bezielt mij eigenlijk?
Een multidisciplinaire gereedschapskist
Op mij speurtocht werd ik geholpen door een gereedschapskist, die ik in de loop van mijn leven had opgebouwd — zonder te weten dat ik hem ooit zo zou gebruiken.
Van opleiding ben ik historicus. Dat is in de eerste plaats een manier van kijken: multidisciplinair, vanuit meerdere invalshoeken tegelijk. Een winterlandschap is voor mij nooit alleen een schilderij — het is ook een stuk materiële cultuur. Ik zie de kleding van de schaatsers en weet of die klopt bij het geschilderde jaartal. Ik zie de bouwvormen op de achtergrond en herken de stijlperiode.
Die geografische blik werd verder aangescherpt door mijn werk als uitgever bij de Bosatlas. Je leert een landschap lezen als een kaart: waar loopt het water, wat vertelt de begroeiing over de bodem, klopt de horizon met het terrein? Soms ontdek je ook de precieze plek waar een schilder gestaan heeft toen hij het kunstwerk maakte.
De discipline van de onderzoeker
Naast historicus en uitgever ben ik ook journalist geweest. Dat betekent: hoor en wederhoor, kritische distantie, en de discipline om een conclusie pas te trekken als de tegenargumenten serieus zijn gewogen. Dat voorkomt dat je in een tunnelvisie terechtkomt.
Onderdeel van mijn wetenschappelijke studie was het vak ‘paleografie’, de studie van oude handschriften. Daardoor was ik in staat 17e- en 18e-eeuwse archiefstukken, veilingcatalogi en eigendomsdocumenten in origineel handschrift te lezen. Het helpt ook bij het lezen van signaturen: een handtekening is uiteindelijk een stuk schrift, en een vervalser kopieert de vorm maar begrijpt de schrijfbeweging niet.
Kijken door de ogen van de maker
Ik schilder zelf. Dat klinkt als een bijzaak, maar dat is het niet. Wie weet hoe je een grondlaag opbouwt, hoe was werkt, hoe je met een natte kwast door bijna-droge verf gaat, kijkt anders naar een schilderij. Je ziet wat er bewust en onbewust is gedaan. En vooral: je ziet hoe vakbekwaam of zelfs briljant iemand geschilderd heeft.
En dan is er nog een detail: elk schilderij dat in mijn collectie terechtkomt maak ik zelf schoon — centimeter voor centimeter, met een wattenstaafje. Dat stelt me in staat elk werk van heel dichtbij te bestuderen. Na verloop van tijd bouw je zo een visueel geheugen op dat onmisbaar blijkt bij vergelijkend onderzoek: je herkent een kwastbehandeling, een typische wolkenopbouw, of een karakteristieke manier van schaatsers neerzetten.
Een eerbetoon aan de winter die verdwijnt
Wat mij misschien het meeste in mijn onderzoek naar de ‘waarde’ van de schilderijen geholpen heeft, is de steun van anderen. Van familieleden en vrienden van overleden kunstenaars die verhalen wisten te vertellen die je in geen enkel standaardwerk zult tegenkomen. Maar ook van experts van wetenschappelijke instituten over heel Europa. In het bijzonder wil ik Dr. Christien Melzer van het Kupferstichkabinett der Staatlichen Museen in Berlijn danken.
Deze website is het resultaat van dat alles. Geen academisch tijdschrift, maar ook geen verzamelaarsblog. Iets daartussenin, hopelijk.






































































































































































