Halverwege de 19e eeuw keerde de elite zich af van de klassieke Hollandse winterlandschappen. Het was in kunstkringen gedaan met de reputatie van vermaarde romantische schilders Koekkoek, Schelfhout, Kruseman en Spohler. Deze ooit zo gevierde schilders raakten bij het Hof in Den Haag en de gegoede burgerij steeds meer uit de gratie. Veelzeggend is dat het Rijksmuseum in Amsterdam, tijdens een grote verbouwing rond 1900, de winterlandschappen systematisch naar de opslagkelders verwees. Een institutionele veroordeling die boekdelen sprak.
De ‘ouderwetse’ romantici maakten plaats voor een nieuwe generatie van kunstschilders. In navolging van het uit Frankrijk overgewaaide impressionisme (en later expressionisme) kwamen in Nederland eerst de Haagse en daarna de Amsterdamse School op. Met mensen als Mesdag en Breitner. Toch bleven veel amateurs en ook broodschilders, lang nadat Koekkoek en de zijnen het aardse voor het eeuwige hadden verruild, de winterlandschappen in hun ‘romantische’ stijl schilderen.
En ‘de gewone mensen’ bleven, als vanouds, de ‘oubollige’ winterlandschapjes trouw aan de muur hangen. IJsgezichten met schaatsers, vastgevroren bootjes, koek en zopie-tentjes, besneeuwde molens en dreigende wolkenluchten waren nog steeds bij de massa populair.
Ook Eef Pater (1921) uit Apeldoorn bleef schilderen in de traditie van de romantici. Het liefst hing hij trouwens de door hemzelf gemaakte schilderijen niet op in zijn eigen huis. “Ik wil hier geen museum van maken, ik wil dat het huiselijk blijft.”
Pas op zijn 91ste organiseerden zijn kinderen voor het eerst een tentoonstelling van zijn werken. Waarom niet eerder? Zijn verklaring was eenvoudig:” Als ik wat maakte, werd het gelijk verkocht.”
Waar hij zijn inspiratie vandaan haalde? Samen met zijn vrouw reed hij urenlang over de Veluwe. “Ik zag dan veel meer dan anderen. Ik had er dan ook geen plaatjes voor nodig, ik schilderde dat zo uit het hoofd.”
Eef Pater was een beroemdheid in Apeldoorn. Mensen van verschillende generaties kenden hem, niet zozeer vanwege zijn schilderijen, maar omdat hij als muzikant van het Leger des Heils behoorde tot het vertrouwde straatbeeld. Decennia lang, misschien wel 60 jaar achtereen, speelde Eef in de advent- en kerstperiode op menige straathoek in de binnenstad kerstliedjes op zijn kornet.
Dat moet, als het dan sneeuwde, een bijzonder schilderachtig tafereel zijn geweest.
