Voor het eerst kijk ik achterop dit schilderij, haal daar een modern stuk karton weg en ontdek dat het op een koperen plaat geschilderd is. Met daarop een lakzegel van een oud adellijk geslacht. En zo beland ik op een ontdekkingsreis die me naar een Brits landgoed voert, naar de katoenplantages van Amerika, naar Hollywood waar de ‘Wizard of Oz’ gefilmd wordt. En me uiteindelijk terugbrengt naar Moeder Aarde.
Achter elk schilderij schuilt kennelijk een universum. Letterlijk. Het enige wat je moet doen is de achterkant van het kunstwerk goed bekijken. Wat daarna gebeurt, vertel ik nu.
Het schilderij zelf is een winterlandschap van bescheiden formaat. Op het ijs staat een groep mensen bijeen. Een man linksachter de groep duwt iets voor zich uit op een slee. Rechts de oeverkant met bebouwing, een bakstenen boogbrug, rook uit schoorstenen. In de verte een windmolen. Op de voorgrond: vrouwen en kinderen in kleurrijke kleding, dicht op elkaar, klessebessend bijeen. Gezellig.
Ik heb dit 19e eeuwse schilderij nu al een paar jaar in huis. Ik weet niet waarom, maar vandaag kijk ik eens goed naar de achterkant. Normaal zie je dan een oud doek of een paneel. Ik zie een stukje board, heel modern, kennelijk door een restaurateur opgeschoond. Daarop een sticker, een eenvoudig etiket, met een naam en adres:
“Alexandra M.L. Hargreaves, The Old Creamery, Pinkney Park, Pinkney, Malmesbury, Wiltshire.”
Dat board op de achterkant maakt me wat ongerust. Heb ik iets ‘antieks’ gekocht dat in wezen een moderne vervalsing is? Ik besluit de kartonnen plaat achter het schilderij te verwijderen. Dat is risicovol. Voordat je het weet, heb je het schilderij beschadigt. Maar nu ontdek ik wat daarachter verborgen ligt. Geen linnen doek of paneel, maar een oeroude koperen plaat. Groen geoxideerd, zoiets duurt honderden jaren. En daarop een rode lakzegel, waarop de helft van een familiewapen zichtbaar is
Mijn schilderij is dus op koper geschilderd, oud en origineel. Niks namaak. En eigendom geweest van kunstverzamelaars met een eigen lakzegel. Ik kijk nog eens goed naar de sticker. ‘Alexandra M.L.Hargreaves’. Nu heb ik een aanknopingspunt. Die naam opent een wereld, ik voel me als ‘Alice in Wonderland’.
Met Google heb je de wereld binnen handbereik. De Hargreaves, zo ontdek ik vandaag, stammen uit het Engelse graafschap Lancashire. Het blijkt een schatrijke familie van de Britse ‘gentry-klasse’ te zijn die een groot landgoed bewoont en er nog steeds prat op gaat dat haar immense kapitaal afkomstig is van de uitvinding van de wereldberoemde ‘spinmachine’. Google weet me te vertellen dat die machine ooit een ware revolutie veroorzaakte in de kledingproductie. Niemand minder dan James Hargreaves was de uitvinder ervan. Hij wordt een van de drijvende krachten achter de Industriële Revolutie genoemd.
Boeiend allemaal. Mijn schilderij behoorde dus, getuige de lakzegel, tot het familiebezit van dit geslacht. Dankzij een biograaf, die zich decennialang in de familiegeschiedenis verdiepte, kom ik meer over de Hargreaves aan de weet. Volgens hem is hun rijkdom niet zozeer te danken aan de uitvinding van de ‘spinmachine’, maar aan katoen, kalk en kinderarbeid. Een vlek op het blazoen van de Hargreaves, vindt hij. Terzijde meldt hij nog dat een zijtak van de familie veel geld verdiende dankzij slavenarbeid op de katoenplantages in Amerika.
Wie is trouwens die biograaf die dit boven water haalde? Met die vraag betreed ik weer een nieuwe wereld, want het blijkt de Amerikaan Alvy Ray Smith te zijn (die zijn onderzoek naar de Hargreaves begon omdat hij vermoedde dat hijzelf van de Hargreaves afstamde). Voor wie het niet weet: deze Alvy Ray Smith is mede-oprichter van Pixar Animation Studios, het innovatieve bedrijf achter films als Toy Story, Finding Nemo, The Incredibles en Up. Zijn bedrijf, dat de filmindustrie op zijn kop zette, is later overgenomen door Apple-oprichter Steve Jobs die het uiteindelijk voor 7,4 miljard dollar doorverkocht aan Disney.
Ik moet nu even op adem komen. Door het verwijderen van een stukje modern hardboard, kwam ik op het spoor van een oud Brits geslacht dat met slavenarbeid schatrijk is geworden. Vervolgens beland ik nu in kringen van miljardairs die in Hollywood innovatieve films maken.
Ik ben afgedwaald en besluit het spoor weer op te pakken. En zo keer ik terug naar Alvy Ray Smith, de biograaf van de Hargreaves. Nadat hij zijn bedrijf Pixar had verkocht, verveelde hij zich kennelijk te pletter en wierp hij zich op stamboomonderzoek. Hij verdiepte zich in de Hargreaves, de familie die op het etiket achterop mijn schilderij genoemd wordt.
Alvy Ray Smith deed bij zijn onderzoek, zo lees ik, een bijzondere ontdekking die ik niet ongenoemd mag laten: een telg van de familie, Reginald Gervis Hargreaves trouwde in 1880 met Alice Pleasance Liddell. Dé Alice, het meisje dat Lewis Carroll inspireerde tot Alice’s Adventures in Wonderland.
Weer flitst nu Hollywood aan me voorbij waar in 1939 de iconische film ‘The Wizard of Oz’ met Judy Garland in de hoofdrol gemaakt werd. Een wereldberoemde musical, gebaseerd op een boek van de Amerikaanse schrijver L. Frank Baum die zich op zijn beurt liet inspireren door de kinderboeken van Lewis Carroll…. Met de grootst mogelijke moeite rem ik mijzelf af om me niet verdiepen in dit verhaal.
Het lukt me dit zijspoor te verlaten en laat Alice, die in een konijnenhol dook en daardoor in een ander universum belandde, achter me. Ik keer terug naar mijn eigen ontdekking en richt me nu op de voorkant van het schilderij; uiteindelijk is het daar bij elk schilderij om te doen. Valt daar ook nog iets te ontdekken? Ja hoor, nu pas valt me iets op dat ik eerder over het hoofd zag. De figuren op het ijs zijn vrijwel allemaal vrouwen. Dat is bijzonder voor een ‘normaal’ winterlandschap, waarop doorgaans mannen domineren. Mannen die de schaatsen hebben ondergebonden en eenzaam over het ijs zwieren, als voorbij glijdende schaduwen onder een eeuwige wolkenhemel. Op ‘mijn’ schilderij, dat van de Hargreaves dus, is de sfeer totaal anders. Niks esoterie, hier geen spirituele zoektocht om de verbinding met een groter kosmisch geheel te herstellen. Integendeel, het gaat er op mijn schilderij beregezellig aan toe, knus zijn de vrouwen met elkaar in gesprek. Elk detail van hun kleding is minutieus weergegeven — de stippen op de blauwe japon, de plooival van de sjaal, het transparante schort over de donkere rok. De man in hun midden is niets anders dan een bijfiguur, ingeklemd tussen de vrouwen. Eén kind trekt jengelend aan de hand van zijn moeder, het lichaam scheef achterover in herkenbaar verzet.
De schilder was iemand met een bijzonder oog voor detail. En mode.
En dan valt er nog iets op: de weergave van de gebouwen klopt minder goed. Het perspectief is onvolmaakt. En dan de molen: de schoorsteenrook drijft naar rechts, dus de wind komt van links — maar de wieken zijn ‘verkeerd om’ geplaatst en draaien dus op dit schilderij tegen de wind in. Een gebruikelijk ‘schoonheidsfoutje’ van iemand die kennelijk niets wist over de werking van molens. En die waarschijnlijk nooit in Holland geweest is.
Ik blader nog eens door de lijvige studie van de biograaf Alvy Ray Smith. Hij hield zich, zo zie ik nu pas, vooral met de mannen van de familie bezig. Met hun industriële vermogens en koloniale avonturen. Met typische mannendingen. Tussen al zijn beschrijvingen van die ‘roemrijke’ figuren duikt plotseling, in een terloopse voetnoot, een vrouw op. Ze wordt met paar regeltjes beschreven: Mary Catherine Hargreaves, geboren in Liverpool 1796, gestorven 1843. Zij wordt enkel genoemd omdat ze getrouwd was met de in Engeland beroemde predikant Thomas Raffles.
Met veel moeite weersta ik nu de neiging me in zijn leven te verdiepen.
Alvy Ray Smith, de biograaf, laat Mary Catherine trouwens verder links liggen. O ja, hij weet nog ‘by the way’ te vertellen dat ze verfijnde miniatuurschilderijtjes maakte. Dat ontdekte haar als schilderes niet door onderzoek naar háár, maar omdat een vrouwelijke nakomeling hem foto’s van haar schilderkist stuurde.
Deze telg van Hargreaves schilderde dus miniaturen, heel precies. Verfijnd. Met een ‘vrouwelijk’ oog voor detail. Zoals er zo vele op de voorkant van mijn schilderij staan.
Haar schilderkist is, zo lees ik trouwens, via de vrouwelijke lijn doorgegeven tot in onze tijd. Zou dit de schilderkist zijn, waarmee zij ook ‘mijn’ schilderij heeft gemaakt? Het kunstwerkje waarop liefdevol de sfeer van gezelligheid van een winterse dag op Moeder Aarde vereeuwigd is? Waar een kind aan haar moeder sjort omdat het naar huis wil?
.
