Craquelé is niet alleen problematisch voor schilderijen. Kijk maar op de website van ‘Schoonheidsinstituut 100% beauty’. Tot onze verbazing lezen we hier dat de hele mensheid last heeft van craquelé, zeker toen door de Corona-epidemie veel beauty salons noodgedwongen gesloten waren. “Iedereen heeft het nu over die craquelé lijntjes op de wangen en rond de ogen die opeens wel heel erg zichtbaar zijn geworden.”
Maar niet getreurd, de mensheid boft, want het Schoonheidsinstituut weet raad:
“Die craquelé lijntjes hebben te maken met een vochtgebrek in de huid. Met alle Corona stress, koude buiten en verwarming binnen en hun favo behandeling die even niet door kon gaan, is dat eigenlijk wel heel logisch om te horen. Tijd om de huid extra te ondersteunen. Dat doen we van buitenaf, maar ook van binnenuit!”Een goed werkzaam hyaluron serum, een hydraterende oogverzorging en misschien kun je jouw omega supplement even tijdelijk verhogen. Wanneer je jouw lichaam wat meer beschermende olie aanbiedt, kun je beter het vocht in de huid vast houden.”
Voor zover de schoonheidskunst in haar nobele strijd tegen veroudering.
Ik zei het al eerder, craquelé is ook in de schilderkunst een ouderdomsverschijnsel. Het zijn kleine barstjes in het schildersdoek die in de loop van de tijd ontstaan. Verf en vernis verliezen elasticiteit en de verflagen breken los van elkaar of zelfs van de ondergrond. Dat leidt dan tot kleine scheurtjes of barstjes. Maar craquelé kan ook ontstaan door een fout van de schilder, bijvoorbeeld bij een onjuiste verhouding tussen bindmiddel en pigment.
Hoe dan ook, veroudering en craquelé-vorming zijn ‘big business’, niet alleen voor beauty salons met hun vochtinbrengende crèmes, maar ook voor vervalsers van schilderijen. Anders dan schoonheidsspecialistes, zijn vervalsers juist uiterst bekwaam in het actief aanbrengen van craquelé. Daardoor krijgt een gloednieuw schilderij de uitstraling van een oeroud meesterwerk. Dat vervolgens voor een aanmerkelijk hogere prijs verkocht kan worden. Vervalsers gaan daarbij op een andere manier te werk dan schoonheidsspecialistes. Zij proberen uitdroging juist te versnellen door de nog natte verflaag veel te vroeg in de vernis te zetten. Of door een schildersdoek opgerold in de oven te verwarmen, waardoor er door uitdroging barstjes in de verf ontstaan.
Dit schilderij, door een onbekende navolger van de kunstschilder Schelfhout gemaakt, zit barstensvol craquelé. Daardoor lijkt deze kopie merkwaardigerwijs zelfs ouder dan het oorspronkelijke, in 1842 geschilderde kunstwerk.
Naschrift:
Het is geen schilderij dat zich onmiddellijk aan je opdringt. Het is vertrouwd. Wie het voor het eerst ziet, herkent het motief: een bevroren vaart, houtzaagmolens, mensen op het ijs. Een traditionele winter zoals men die kent uit de 19e eeuw.
Het schilderij, rond 1860 gemaakt, is gebaseerd op een kunstwerk dat Andreas Schelfhout bijna 20 jaar eerder maakte. De schilder profiteerde van het succes van Andreas Schelfhout die zelf niet kon voldoen aan de grote vraag naar ‘zijn’ klassieke winterlandschappen. Welgestelde burgers konden niet altijd wachten op een werk van de meester zelf. Omdat de vraag groter was dan het aanbod, stelden ze zich tevreden met het werk van een vaardige navolger van de meester. Zoals dit schilderij, eigenlijk een uitvergrote versie van het oorspronkelijke werk van Schelfhout.
Zoals Charles Dickens met zijn ‘Christmas Carol’ ons beeld van het kerstfeest bepaalde, bepaalde de kunstschilder Andreas Schelfhout ons beeld van Koning Winter.
Schelfhout was in deze periode uitgegroeid tot de onbetwiste ‘schildervorst van het landschap’, een status die hem niet alleen in eigen land, maar door heel Europa roem bracht. Hij gold als de belangrijkste vertegenwoordiger van de Nederlandse romantische landschapskunst, een kunstenaar die voor zijn tijdgenoten de maatstaf was voor het wintergezicht. Die autoriteit was niet alleen artistiek, maar ook institutioneel verankerd. Als lid van de Koninklijke Akademie en correspondent van het Koninklijk Nederlandsch Instituut bewoog hij zich in de hoogste kringen. Zelfs grote instellingen als het Teylers Museum wedijverden al tijdens zijn leven om zijn beste stukken, wetende dat zijn werk de standaard zette voor de Nederlandse landschapskunst.
Het Hof deelde die overtuiging. Koning Willem II en later koning Willem III waren fervente verzamelaars van zijn werk. Wanneer de koning een schilderij aankocht, gaf dat het genre een nationaal cachet dat de vraag verder aanwakkerde. Het Hollandse ijs, door Schelfhout met zo’n technisch meesterschap verbeeld dat zijn wintergezichten in de volksmond liefkozend ‘Schelfhoutjes’ werden genoemd, was in de eerste helft van de 19e eeuw te vergelijken met wat Rembrandt was voor de Hollandse Gouden Eeuw.
Zijn invloed was immens.
Dichtbij stonden de directe leerlingen die zijn atelier van binnenuit kenden. Charles Leickert, Johannes Hoppenbrouwers en Nicolaas Roosenboom verinnerlijkten zijn compositieschema’s, zijn verfijnde lichtvoering over ijs en besneeuwd land, zijn manier om een lucht in lagen op te bouwen. Zij produceerden werk dat soms nauwelijks van het origineel te onderscheiden was — niet als vervalsing, maar als het natuurlijke resultaat van een meester-gezel-relatie die diep in de ambachtelijke schilderkunst van destijds geworteld was.
Daar omheen bevond zich een tweede kring: professionele navolgers die Schelfhouts werk kenden via tentoonstellingen, lithografieën en de talloze prenten die zijn composities verspreidden tot in de huiskamers van de middenklasse. Zij vertaalden zijn iconische stijl naar minder technisch vernuftig, soberder, toegankelijker werk voor de bredere markt. Het resultaat was een generatie winterlandschappen die duidelijk zijn stempel droegen. Zoals het werk dat hierboven staat afgebeeld.
Daarbuiten had hij grote invloed op amateur-schilders — en hun aantal was legio. De 19e eeuwse bourgeoisie tekende en schilderde als onderdeel van een beschaafd bestaan. Schelfhouts werk was de norm waaraan zij zich spiegelden. Wie een winters polderpad wilde schilderen, deed dat in zijn voetsporen, bewust of niet.
En zijn erfenis reikt verder dan de 19e eeuw. Tot op de dag van vandaag vormt het werk van Schelfhout een levend ijkpunt op menig kunstacademie en in talrijke atelierpraktijken. Studenten die de opbouw van een winterlucht bestuderen, de behandeling van sneeuw en ijs, de balans tussen leegte en detail in een vlak landschap, stuiten onvermijdelijk op zijn naam. Zijn composities zijn deel geworden van het DNA van de Nederlandse schilderkunst.
Het schilderij op deze pagina is één schakel in die lange keten. Gemaakt door een onbekende hand, ergens in het midden van de 19e eeuw, in het kielzog van een kunstenaar die niet alleen een grandioze schilder was, maar bovendien de vormgever van een nationaal zelfbeeld — en van een traditie die nog altijd niet is uitgewerkt.
