Als een kunstenaar zijn schilderij niet signeert, is het ‘a hell of a job’ om te achterhalen wie het gemaakt heeft. Maar ook als hij signeert met ‘Jan Bos’, is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Want hoeveel Jannen Bos lopen er wel niet rond in Nederland?
Om te beginnen zijn er momenteel 35.500 mensen met de achternaam ‘Bos’. De voornaam ‘Jan’ komt 460.000 keer voor. Combineer je beide, dan kom je op zo’n 1.100 mensen die ‘Jan Bos’ heten uit. Dat zijn de levende ‘Jannen Bos’.
Tel je alle mensen die die naam vanaf 1870 gedragen hebben bij elkaar op, dan kom je uit op ongeveer 6.000. Ga je ervan uit dat ruwweg één op de honderd mensen schildert, dan houd je zestig kandidaten over.
Hoe vind je nu de ‘Jan’ die dit specifieke schilderij gemaakt heeft?
Via Google kom je een heel eind. Al snel ontdek je dat er drie, hooguit vier serieuze gegadigden zijn — althans wanneer je je beperkt tot de gedocumenteerde kunstenaars. Vanwege mijn ongeduldig karakter en daarmee samenhangende neiging snel het einddoel te willen bereiken, belandde ik aanvankelijk bij de verkeerde Jan.
Mijn eerste afslag leidde namelijk naar Gerardus Johannes Bos, een Leidse schilder en etser uit de 19e eeuw die zijn werk vaak signeerde als G.J. Bos. En soms met ‘J. Bos‘. Omdat de schrijfwijze afweek van die op mijn schilderij, dwaalde ik af naar zijn naamgenoot en zoon: ‘Jan Bos’ (1926–2000), aquarellist en graficus uit Zutphen. Zo zeker van mijn zaak was ik, dat ik zelfs zijn dochter benaderde, die het werk van haar vader na zijn dood in een fraai geïllustreerd boek had samengebracht. Zij zag een afbeelding van mijn schilderij en herkende daarin niet de stijl van haar vader. Einde oefening.
Er waren verzachtende omstandigheden voor mijn dwalingen. De verwarring over de identiteit van de maker werd aangewakkerd door iets eigenaardigs aan het kunstwerk zelf. Op de achterkant van het schilderij verraadde dat het op een oud doek, uit de 19e eeuw, geschilderd was.
Dat bracht me bij Jan Bos Wzn. (1832–1897), voluit Jan Bos Wouterszoon, geboren in De Bilt, zijn gehele werkzame leven — van circa 1847 tot zijn dood — actief in Utrecht. Hij was geen schilder in de gebruikelijke zin, maar een lithograaf, tekenaar, graveur en etser van de eerste rang. Zijn specialiteit waren stadsgezichten: nauwgezet, informatief en tegelijk van grote kwaliteit.
Zijn meest beroemde werk is het Panorama van Utrecht uit 1859 — een leporello, een uitklapbaar vouwboekje, van 5,82 meter lang. Gezien vanaf de Stadsbuitengracht toont het panorama de stad op een cruciaal moment: de stadsmuren werden gesloopt, de singelplantsoen begon te ontstaan, Utrecht groeide uit zijn voegen. Het werk is van groot cultuurhistorisch belang en bevindt zich in de collectie van Het Utrechts Archief.
In zijn atelier leidde Jan Bos Wzn. zijn zonen op. Willem Jan Gerard Bos (1859–1891) volgde zijn vaders spoor als lithograaf, maar stierf jong. De eerder genoemde Gerard Jan Bos (1860–1943) zou uitgroeien tot een succesvol schilder, etser en lithograaf van landschappen en dieren — en werd op zijn beurt de vader van de hierboven ook al genoemde Zutphense Jan Bos (1926–2000).
Jan Bos Wzn. was daarmee de grondlegger van een echte kunstenaarsfamilie. Alleen het winterlandschap op mijn schilderij heeft hij niet gemaakt. Dat bleek uiteindelijk een andere Jan te zijn, een schilder die ook als restaurateur werkzaam was en daarom af en toe oude doeken (!) gebruikte, waarmee hij mij dus in verwarring bracht. Ik herkende zijn signatuur op een ander, officieel door hem geschilderd werk.
Wie is hij?
Deze Jan Bos is geboren in 1942 in Leiden, werkzaam in de bollenstreek, waar hij vooral schilderde wat zijn omgeving hem aanreikte: bollenvelden, strandscènes en — verrassend fraai, geen kitsch — vogeltjes. En dan dit winterlandschap. Het enige dat ik kon ontdekken dat hij, behalve mijn winterlandschap, nooit meer in dat genre geschilderd heeft. Hij is een schilder zonder vermelding bij officiële instanties, zonder lexiconvermelding, zonder veilinggeschiedenis. Precies de categorie die een onderzoeker het meeste hoofdbrekens bezorgt.
Maar iemand desondanks prachtwerken maakt.
