Hilaire Vanbiervliet (1891-1981) trad al van jongsaf buiten de gebaande paden. Afkomstig uit de gegoede burgerij van zijn geboorteplaats Kortrijk, bezocht hij als kind vaak de arme wijken van de stad. Later in zijn leven toonde hij in zijn werken de schrijnende armoede die hij daar was tegengekomen. Op die schilderijen, gebaseerd op zijn jeugdherinneringen, zien we gedrongen, terneergeslagen figuren die zich een weg banen door de sneeuw. Maar, anders dan je zou verwachten, verzachten die winterlandschappen het leed. De sneeuw is niet koud en kil, maar biedt geborgenheid en troost.
Vanbiervliet was een positieve geest. Zijn ervaringen in de Eerste Wereldoorlog, als soldaat in de loopgraven van het IJzerfront, hadden hem niet geknakt of verbitterd gemaakt. terwijl hij daar het nodige had meegemaakt.
Het Kortrijks Oorlogsblad van oktober 1917 meldt dat hij zwaargewond raakte:
“VAN BIERVLIET Hilaire, soldaat, bekwam het Oorlogskruis onder volgende melding: Jong soldaat, wiens moed en gedrag lofwaardig zijn en die als voorbeeld dient aan zijne makkers, sinds hij aan het front kwam op 15 Juni 1915. Werd erg gekwetst gedurende het uitvoeren van een opgelegd werk aan de loopgraven.”
Toen de oorlog voorbij was, pakte hij de draad weer op. Na een korte flirt met het pointilisme, waarbij je het schilderij opbouwt uit kleine stipjes, kwam hij uit bij een heel eigen schilderstijl. De puntjes werden uitvergrote vlakken, zoals bij het kubisme. En op wonderlijke wijze slaagde Vanbiervliet er in die abstracte vlakken in een lieflijke compositie bijeen te brengen.
Het resultaat is een visioen, een openbaring.
Alsof je kijkt naar de werkelijke gedaante van het landschap.
