Veel schilderijen, met name van landschappen, verruimen je blik. Net als de ramen van je huis bieden ze uitzicht op de wereld. Maar er zijn ook schilderijen die je vasthouden. Je tot inkeer brengen.
Het was duidelijk een ‘mindere broeder’. Het kunstwerkje dat ik kocht, kon de vergelijking met mijn andere winterlandschappen niet doorstaan. Het ijs was te blauw en had niet die diepe, bijna zwarte glans die ik kende van mijn andere winterstukken. Ook de figuur op het ijs was niet schilderachtig uitgewerkt, maar scherp omlijnd, bijna getekend en houterig. En dan was er dat gat. Bovenin het paneel zat een spijkergat. Niet netjes aan de rand, niet weggewerkt, maar dwars door het hout heen.
Wie maakt er nou een gat in een kunstwerk? En welke malloot koopt een schilderij met een ontsierend spijkergat in het paneel? Niemand met verstand van zaken, zou je zeggen.
Ik dus.
Ik zette het op de schouw. En toen gebeurde er iets bijzonders. Want hoe langer ik naar dit ‘lelijke eendje’ keek, des te minder ergerde ik me aan alle technische gebreken. En bleef mijn blik steeds vaker hangen bij die ene centrale figuur op het ijs.
Midden in het beeld stond een eenzame schaatser. Geen drukte om hem heen. Geen ijspret. Geen toeschouwers. Eén man. Alleen, met een prikstok over zijn schouder. Deze man werd gaandeweg een aanwezigheid in onze huiskamer. Mijn vrouw, die Nederlands heeft gestudeerd, raakte zelfs aan hem verknocht en noemde hem ‘Elckerlyc’, de hoofdfiguur uit een Middeleeuws mirakelspel, dat honderden jaren geleden op markten, kermissen en ook in kerken vertoond werd.
Dat behoeft uitleg. Want wie is Elckerlyc? Het is een man die op weg is naar zijn levenseinde en onderweg begeleid wordt door uiteenlopende personages, zoals: Deugd, Gezelschap, Bezit, Zelfkennis, Biecht, Schoonheid, Kracht en Wijsheid. Maar uiteindelijk blijft hij alleen over. Alleen? Nee eigenlijk niet, want ‘Elckerlyc’ betekent zoiets als: ‘iedereen’. We zijn immers allemaal, in ons eentje, op weg naar het einde.
Genoeg over deze archetypische persoonlijkheid. Terug naar mijn schilderijtje. Op een gegeven moment, inmiddels alweer een half jaar geleden, stuitte ik op Marktplaats, op een wandtegel met exact dezelfde afbeelding. Ik herkende het figuurtje meteen: dezelfde houding, hoed, prikstok, kuitbroek, knoopsgaten, ja zelfs dezelfde wolken op de achtergrond.
De tegel werd aangeboden onder de noemer ‘Ysmeester’ en ik vroeg de verkoper naar het waarom van die naam? Hij antwoordde: “Dat werd me verteld in Harlingen, daar kocht ik het uit een boedel. De afgebeelde man heeft een prikstok op zijn rug om het ijs te meten. Elke Elfstedentocht-plaats heeft zo’n ijsmeester en Harlingen is natuurlijk een Friese stad aan de route. Er komen veel tegelschilders en tegelbakkers uit Harlingen en omgeving.”

Zou mijn schilderij gebaseerd zijn op deze tegel of andersom. Dat wilde ik nu wel eens weten en al zoekend ontdekte ik, tot mijn grote verbazing, de afbeelding van ‘mijn’ schaatser in een oud boek uit 1841, getiteld ‘De Nederlanden, karakterschetsen, kleederdragten, houding en voorkomen van verschillende standen’.
In dit boekwerk worden verschillende volkstypen in Nederland beschreven en afgebeeld, zoals ‘de duivenmelker’, ‘de vischvrouw’, ‘de hondendokter’ en dus ook ‘de schaatsenrijder’. Op die manier passeren 42 fraai geïllustreerde en vooral oer-Nederlandse archetypen de revue. De in het boek afgebeelde gravures van elk van deze 42 archetypes zijn gebaseerd op schilderijen van ‘de voornaamste Nederlandse kunstenaren’, lees ik. Daarnaast leverde een keur van 19e eeuwse Nederlandse schrijvers, onder wie Nicolaas Beets, Johannes Kneppelhout en Jacob van Lennep, een redactionele bijdrage.
Wat staat er eigenlijk over de schaatsenrijder geschreven in dit grote boek?
Ik lees: “Geen volk ter wereld is ongevoeliger voor den zedelijken invloed van het schoeisel op den geheelen mensch, dan de Nederlander. Trek den Nederlander dansschoenen aan; gesp hem sporen aan de hielen; rust hem uit met jachtlaarzen…. gij verandert daarmede den man niet. Hij wordt daarom nog geen ware danser, ruiter of jager. Hij blijft een Nederlander, die danst, rijdt of jaagt. Maar geef den Nederlander een paar schaatsen onder de voeten – en hij is geen Nederlander meer. Hij is schaatsenrijder… hij is een man-schaats – un homme patin, zouden de Franschen zeggen – geworden.”
Tot mijn verbazing werd hier de ware ‘Elckerlyc op schaatsen’ beschreven.

Maar wie maakte de ets bij dit verhaal over de ‘schaatsenrijder’, de afbeelding die identiek is aan de mijne? Ik ontdekte dat de Amerikaanse etser Henry Brown (1816-1870), toentertijd de directeur van de ‘Houtsnij School’ in Den Haag, verantwoordelijk was voor het merendeel van de gravures, ook die van de ‘schaatsenrijder’. Op welk schilderij baseerde Brown zich, toen hij de gravure van de schaatser maakte?
Al snel werd mij duidelijk dat niemand minder dan de beroemde winterschilder Schelfhout precies deze schaatser talrijke keren op zijn schilderijen heeft afgebeeld. Het was dus deze creatie van Schelfhout, die model stond voor de archetypische ‘schaatsenrijder’ van Brown. En daar is niet alleen de ets van Henry Brown in het boek, maar dus ook de afbeelding op mijn wandtegel en… op mijn schilderij, op gebaseerd.
Einde speurtocht, of toch niet? Want toen ik onlangs de ouderdom van mijn schilderij liet onderzoeken, kwam de aap uit de mouw. Het paneel waarop het geschilderd is, dateert uit 1800-1805 en ook uit een analyse van de verf van het schilderij en de craquelé-vorming blijkt dat het werk inderdaad in die tijd gemaakt moet zijn. Verder bleek dat de afgebeelde persoon, de eenzame schaatser, exact de kledij droeg, die rond 1800 gebruikelijk was.
Mijn schilderij is dus gemaakt tien jaar voordat Schelfhout met zijn allereerste winterlandschappen begon. En voor het eerst deze schaatsenrijder vereeuwigde.
Toen de expert die het werk beoordeelde het spijkergat zag, wist hij me te vertellen dat mijn kunstwerk vermoedelijk in een schildersatelier gehangen heeft, waar het als voorbeeld voor leerling-schilders diende. Vandaar het spijkergat. Het schilderij was kennelijk een model, een archetype bedoeld om jonge talenten de kneepjes van het vak bij te brengen. Zodat ze wisten hoe zo’n schaatser staat. Hoe hij beweegt. Hoe hij zich tot het landschap verhoudt.
In musea, overal in de wereld, maar ook bij veel mensen thuis, hangen schilderijen waarop precies deze ‘schaatsenrijder’ pontificaal staat afgebeeld. Niet alleen op de inmiddels onbetaalbare werken van de beroemde Schelfhout zelf, maar ook op die van zijn leerlingen en navolgers. En nog steeds zijn er amateurs, die op hun eigen schilderwerkjes ijverig deze iconische figuur proberen na te bootsen.
Naschrift:
Hieronder staan werken van Schelfhout, waarop de ‘schaatsenrijder’ steevast staat afgebeeld.



