Veel schilderijen, met name van landschappen, verruimen je blik. Net als de ramen van je huis bieden ze uitzicht op de wereld. Maar er zijn ook schilderijen die je tot reflectie dwingen.
Inkeer dus.
Tweehonderd jaar geleden werd dit werkje geschilderd. Naar de techniek te oordelen, was de kunstenaar eerder een tekenaar of etser dan een schilder. Of een ambachtsman die in een aardewerkfabriek wandtegels en siervazen beschilderde? Dat is af te leiden uit de precieze omlijning waarmee hoofd en gelaat van de eenzame schaatser getekend zijn. En aan de weergave van de bomen. Ook die zijn eerder getekend dan geschilderd.
De maker had kennelijk geen behoefte aan eeuwige roem. Er staat althans geen naam onder het kunstwerkje, dus blijft het voor ons gissen wie het geschilderd kan hebben. Toch voegt juist de anonimiteit van de maker een essentiële waarde toe aan het schilderij. Want de afgebeelde persoon, de schaatser in het midden, kan iedereen zijn. Uit welke tijd dan ook. ‘De eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot? Of de oude visser uit ‘the old man and the sea’ van Hemingway? Of Chris, de hoofdpersoon uit de film ‘Into the Wild’?
Of misschien wel Elckerlyc, de hoofdpersoon uit het gelijknamige Middeleeuwse mysteriespel? In dit moralistisch toneelstuk, dat honderden jaren geleden in kerken en op kermissen werd vertoond, zien we hoe een man, Elckerlyc genaamd, verantwoording moet afleggen over zijn aardse leven. Op zijn reis naar het einde wordt hij begeleid door uiteenlopende personages, zoals: Deugd, Gezelschap, Bezit, Zelfkennis, Biecht, Schoonheid, Kracht en Wijsheid. Maar uiteindelijk is hij alleen en toch ook weer niet. Want ‘Elckerlyc’ betekent eigenlijk ‘iedereen’.
Dit schilderij van de eenzame schaatser is een kunstwerk waarin je jezelf kunt spiegelen. Of herkennen.
Dat is voor iedereen heilzaam.
Voor Elckerlyc.
Naschrift:
Ik herkende het figuurtje meteen. Op Marktplaats bood een verkoper uit Friesland een wandtegel aan met daarop exact dezelfde eenzame schaatser die ook op het schilderij te zien is. Dezelfde houding, hoed, prikstok, kuitbroek, knoopsgaten, ja zelfs dezelfde wolken op de achtergrond.
De tegel werd aangeboden onder de noemer ‘Ysmeester’ en ik vroeg de verkoper naar het waarom van die naam? Hij antwoordde: “Dat werd me verteld in Harlingen, daar kocht ik het uit een boedel. De afgebeelde man heeft een prikstok op zijn rug om het ijs te meten. Elke Elfstedentocht-plaats heeft zo’n ijsmeester en Harlingen is natuurlijk een Friese stad aan de route. Er komen veel tegelschilders en tegelbakkers uit Harlingen en omgeving.”
Ik blijf voorlopig met wat vragen zitten, zoals: is mijn schilderij gebaseerd is op deze tegel? Of heeft degene die de tegel heeft beschilderd het schilderij gekopieerd? Of, dat is ook nog een mogelijkheid, zijn de plateelschilder en de schilder van ‘mijn’ schilderij een en dezelfde persoon?

Al zoekend ontdek ik de afbeelding van de schaatser in een uitgave van de ‘Nederlandsche Maatschappij voor Schoone Kunsten’ uit 1841. Het is een boekwerk, getiteld ‘De Nederlanden, karakterschetsen, kleederdragten, houding en voorkomen van verschillende standen’.
Hierin worden verschillende volkstypen in Nederland beschreven en afgebeeld, zoals ‘de duivenmelker’, ‘de vischvrouw’, ‘de hondendokter’ en dus ook ‘de schaatsenrijder’. Op die manier passeren 42 fraai geïllustreerde en vooral oer-Nederlandse archetypen de revue. De in het boek afgebeelde gravures van deze 42 archetypes zijn gebaseerd op schilderijen van ‘de voornaamste Nederlandse kunstenaren’, lees ik. Daarnaast leverde een keur van 19e eeuwse Nederlandse schrijvers, onder wie Nicolaas Beets, Johannes Kneppelhout en Jacob van Lennep, een redactionele bijdrage.
De Amerikaanse etser Henry Brown (1816-1870), toentertijd de directeur van de ‘Houtsnij School’ in Den Haag maakte het merendeel van de gravures, ook die van de ‘schaatsenrijder’. Op welk schilderij baseerde Brown zich toen hij de gravure van de schaatser maakte? Er is een duidelijke kandidaat, want de overeenkomsten met een schaatser die steevast opduikt op verschillende schilderijen van de beroemde winterschilder Schelfhout, zijn opmerkelijk. Stond deze schaatser, een creatie van Schelfhout dus, model voor de archetypische ‘schaatsenrijder’ van Brown? En is daar de afbeelding op de wandtegel en… op mijn schilderij wellicht op gebaseerd?

Zoals gezegd was Andreas Schelfhout (1787-1870) de onbetwiste meester van het winterlandschap. Zijn doeken en panelen waren in de 19e eeuw geliefd om hun sfeervolle weergave van bevroren grachten en ijsvermaak. Ze vertoonden echter een opvallend kenmerk: de steeds terugkerende schaatsers. Dit was geen gebrek aan creativiteit, maar een bewuste keuze die een bredere culturele praktijk blootlegt.
Schelfhout had een vast repertoire aan figuren en motieven, waaronder de karakteristieke schaatser met de ijsstok. Deze figuren werden als vaste ‘bouwelementen’ gebruikt; hij combineerde ze telkens in nieuwe composities, waardoor elk schilderij uniek leek, terwijl de individuele onderdelen herkend werden door de kijker. Met deze herhaling creëerde hij een comfortabele, vertrouwde visuele taal die aansloot bij de publieke vraag.
Het fenomeen beperkte zich niet tot Schelfhouts eigen oeuvre, waarin we de schaatser met de prikstok steeds zien terugkeren. Zijn grote invloed zorgde ervoor dat ook zijn leerlingen en zelfs navolgers uit volgende eeuwen, deze zelfde schaatser en andere scènes overnamen. Zij adopteerden niet alleen de stijl van de meester, maar letterlijk zijn visuele vocabulaire. Hierdoor werd de ‘Schelfhout-schaatser met de stok’ een archetypische weergave van het winterse Nederland in de 19e eeuw.
Dit onderstreept een belangrijk aspect van de kunstproductie uit die tijd: het ging minder om strikte individuele originaliteit van elke figuur, maar meer om het perfectioneren van een geliefd genre en het inspelen op een gedeelde nostalgie naar de 17e-eeuwse meesters. De schaatser met de stok, die zowel bij Schelfhout als bij zijn navolgers opdook, was een succesformule die het romantische winterideaal belichaamde en zo een vast onderdeel werd van de Nederlandse schildertraditie.
Terug naar 1841, naar het door Henry Brown geïllustreerde boek. Daarin staan, naast de gravures, ook verhalen, beschrijvingen dus van de Nederlandse archetypes. Bij de ‘schaatsenrijder’ lezen we dit:
“Geen volk ter wereld is ongevoeliger voor den zedelijken invloed van het schoeisel op den geheelen mensch, dan de Nederlander. Trek den Nederlander dansschoenen aan; gesp hem sporen aan de hielen; rust hem uit met jachtlaarzen…. gij verandert daarmede den man niet. Hij wordt daarom nog geen ware danser, ruiter of jager. Hij blijft een Nederlander, die danst, rijdt of jaagt. Maar geef den Nederlander een paar schaatsen onder de voeten – en hij is geen Nederlander meer. Hij is schaatsenrijder… hij is een man-schaats – un homme patin, zouden de Franschen zeggen – geworden.”
Een ware Elckerlyc op schaatsen dus.
Tot slot: hieronder meerdere ijsgezichten van Schelfhout waarop steeds weer de archetypische schaatser opduikt, die zo’n opmerkelijke gelijkenis vertoont met de gravure van Henry Brown.



