Ik heb de man nooit ontmoet. En ken hem niet. Maar één ding weet ik absoluut zeker: in onze tijd zou de maker van dit schilderij, Adriaan Christiaan Willem Terhell (1863-1949), ADHD-medicatie hebben gehad. Hij zou dus voortdurend methylfenidaat, dexamfetamine of atomoxitine hebben moeten slikken.
Ik ben oprecht blij dat de ADHD-diagnose destijds nog niet bestond. Anders had deze getalenteerde man nooit die enorme hoeveelheid prachtige werken kunnen maken.
Hij was zeer veelzijdig en maakte gouaches, tekeningen, schetsen, aquarellen en olieverf schilderijen op doek en paneel. Bovendien was hij vanaf 1899 langdurig in dienst bij de Hoge Raad van Adel. Hij schilderde daar familiewapens. Daarnaast maakte hij vele stillevens, landschappen, zee- en riviergezichten, dorps- en stadsgezichten die over de hele wereld vindbaar zijn. Vooral Amerikanen schijnen dol op zijn werk te zijn.
Terhell was, wat je noemt, een ‘rusteloos type’ die achtereenvolgens in Venlo, Bussum, Den Haag, Bennecom, Denekamp, Enschede, Diepenheim en Beverwijk woonde. Omdat de hyperactieve schilder de markt niet wilde overspoelen met ‘Terhells’, signeerde hij zijn schilderijen wijselijk onder verschillende namen, te weten: Jacoby, C. De Zeeuw, Jean Le Blanc, Charles Petit, J. Brants, Cornelis de Zeeuw en (af en toe) Terhell.
