In de 19e eeuw waren Hollandse winterlandschappen niet alleen in eigen land, maar ook in het buitenland, razend populair. Nog vele jaren later werd het beeld, dat men van Nederland had, niet alleen bepaald door ‘kaas, molens en klompen’, maar vooral ook door de ijsgezichten die over de hele wereld grif gekocht werden.
Toen ik voor het eerst Amerika bezocht, meende een Amerikaanse wetenschapper (die zo’n Hollands winterlandschap naast Delfts blauwe tegels aan de muur had hangen) te weten, dat het in Nederland de helft van het jaar hard vroor. Hij was er stellig van overtuigd dat alle Hollanders volleerde schaatsers waren.
Hoe dan ook, de Hollandse winterlandschappen zijn iconisch. Ook in het 19e eeuwse Duitse Rijk was men onder de indruk van dit typisch Nederlandse genre.
Op de destijds beroemdste kunstacademie van Duitsland, de Köninglich-Preussische Kunstacademie in Düsseldorf, liepen veel docenten rond die hun bewondering voor de Hollandse schilderkunst niet onder stoelen of banken staken.
En zij inspireerden hun studenten om Hollandse musea te bezoeken, en net zo te schilderen als Ruysdael, Van Ostade, Koekkoek, Schelfhout en andere Nederlandse meesters. Vele Duitse kunstenaars, onder wie Andreas Achenbach, Theodor Hildebrandt, Rudolf Jordan en Carl Hilgers verdiepten zich in de Hollandse landschapskunst.
Op die manier raakte dit typisch Hollandse genre ingeburgerd in de Duitse kunstwereld. Dit schilderij van de Duitse kunstenaar Günther König (1927-2007) past in die traditie. Zijn hele schildercarrière lang, specialiseerde hij zich in typisch ‘Hollandse’ ijsgezichten, met spectaculaire wolkenpartijen. Het liefst beeldde hij een winterlandschap in avondstemming uit, sneeuwwit met een rood waas.
