Verrassend oud, hij was al 27 jaar, vertrok Johannes Hessel Brolsma (1909-1990) vanuit zijn geboortestad Groningen naar Amsterdam, om daar een opleiding te volgen aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten.
Met name twee docenten van die academie, Albert Hemelman (1883-1951) en Jos Rovers (1893-1976), zouden grote invloed uitoefenen op zijn latere oeuvre. Bij de graficus, kunstschilder en boekbandontwerper Hemelman leerde Brolsma niet alleen hoe hij stadsgezichten en stillevens moest schilderen, maar kreeg hij ook de basisprincipes aangereikt van het ambacht van kunstschilder. Van Rovers, die veel veelzijdiger was als kunstenaar en ook stillevens, portretten, illustraties en affiches maakte, heeft Brolsma geleerd hoe hij in de stijlen van de Romantische School, het Impressionisme en Expressionisme kon schilderen. Rovers was ook gespecialiseerd in het maken van winterlandschappen en kennelijk heeft Brolsma bij hem de inspiratie opgedaan om zich in dit genre te specialiseren.
Winterlandschappen zouden de kern van zijn oeuvre worden, geschilderd in een mengvorm van een Impressionistische en Romantische stijl.
Naast kunstschilder was Brolsma ook een vakbekwame restaurateur. In 1957 liep hij rond op een oude meubelveiling in zijn woonplaats Ede. Zijn oog viel op een zwaar beschadigd, donker schilderij, waarvan het linnen vrijwel vergaan was en vol gaten zat en waarvan de verf deels was afgebladderd. In de Arnhemsche Courant van 31 juli van dat jaar wordt het voorval beschreven: “Door inwerking van vocht had de verflaag losgelaten, zodat deze bij de minste aanraking van het doek viel.” In diezelfde krant lezen we dat het werk 100 jaar op de zolder van een koetshuis in Rotterdam gestaan voordat het in Ede op de veiling kwam.
Brolsma kocht het voor een paar tientjes, nam het mee naar huis, onderzocht het eerst nauwkeurig en restaureerde het daarna liefdevol.
Ik zag op internet dat het schilderij in 2014 op een internationale veiling te koop werd aangeboden. Voor een enorm bedrag. Het kunstwerk, zo lees ik, dateert uit 1638 en heet ‘Allegorie van Justitia die onschuld beschermt tegen laster, verraad en bedrog’. Het schilderij oogt ‘gaaf’. Ik weet niet of de koper en huidige bezitter dit weet. Maar het kunstwerk is gemaakt door één meester, maar twee, Het schilderij is het resultaat van een prachtige samenwerking, dwars door de eeuwen heen, tussen de oorspronkelijke schepper, de 17e eeuwse barokschilder Hendrick Bloemaert èn de 20ste eeuwse restaurator Johannes Hessel Brolsma.



