Linksboven een prachtige miniatuur van de schilderende dominee Rudolf Oldeman (1901-1982), een man over wie veel te vertellen valt.
Maar laat ons voor de afwisseling, nu niet de biografische route volgen, maar de topografische. Want het bouwwerk dat Oldeman afbeeldt, de ronde toren in het midden, is een interessant fenomeen.
Het is een icoon, een ‘oerbeeld’ dat steeds weer opduikt in de schilderkunst van de Lage Landen. Kijk maar naar het zestal schilderijen dat onder het kunstwerk van Oldeman staat afgebeeld.
De eerste die dit torentje schilderde was de Belgisch-Nederlandse romantische kunstenaar Charles Leickert (1816-1907), een leerling van de beroemde Schelfhout, de 19e eeuwse grootmeester van de winterlandschappen.
Charles Leickert was een kind van zijn tijd. Hij schilderde dus het ene na het andere romantische winterlandschap, het liefst gelardeerd met niet bestaande burchten, kastelen en abdijen langs de waterkant, die verwezen naar lang vervlogen tijden.
Ook dit torentje bestaat niet.
Niet meer althans, omdat het Duitse bezettingsleger het in 1944 opblies, bij de verdediging van Noord-Nederland tegen de oprukkende geallieerde troepen.
De ironie wil dat uitgerekend de ‘Deutsche Zeitung in den Niederlanden’, een Duitstalige bezettingskrant, een jaar eerder nog hoog opgeeft van de schoonheid van ‘Wayenstein’, zoals het torentje destijds genoemd werd. In een krantenartikel over het Utrechtse plaatsje Leersum lezen we: “Te midden van de prachtige natuur liggen interessante landgoederen en charmante kastelen, zoals Zuylenstein en Broekhuizen, terwijl ook de restanten van het voormalige riddergoed Wayenstein vermeld mogen worden.”
Maar nog geen jaar later blazen diezelfde Duitsers het door hen bewonderde bouwwerk evenzogoed op.Terug naar het schilderij dat de romantische schilder Leickert destijds van Wayenstein maakte. Het is dus bij wijze van uitzondering niet ontsproten aan zijn fantasie. Toen Leickert het rond 1870 schilderde, stond het misschien al 600 jaar, als eenzame wachter, in het Betuwse dorpje Herwijnen langs de Waal.
De toren was het laatste restant van het oeroude kasteel Wayenstein dat in 1672, tijdens het Rampjaar de Franse legers van Zonnekoning Lodewijk XIV weerstond. Drie andere kastelen in de buurt werden compleet verwoest, maar Wayenstein hield dapper stand.
Zou Leickert, toen hij het schilderde, dat geweten hebben? Dat hij een nationaal verzetsmonument vereeuwigde?
Vijf jaar voor zijn komst, in 1865, was een groot deel van het kasteel Wayenstein gesloopt. Alleen dit torentje had de afbraak overleefd. Eenzaam tuurde het over de langsstromende rivier. Rond het jaar 1900 werd het gerestaureerd en naar de romantische mode van die dagen, bekroond werd met Middeleeuws aandoende kantelen. Maar in 1944, toen de Duitsers de strategisch gelegen toren opbliezen, was het uiteindelijk gedaan met de laatste restanten van het ooit zo trotse kasteel Wayenstein.
De schilder Leickert heeft het gebouwtje dus nog in levende lijve gezien. Het schilderij dat hij destijds van het torentje maakte, is nadien door vele generaties van beroeps- en amateurschilders, gekopieerd. Waarschijnlijk wisten zij niet dat het bouwwerk daadwerkelijk bestaan had en, vanwege zijn heldhaftige rol in een ver verleden, zelfs een iconische status had.
Toch zorgden juist deze navolgers ervoor, dus ook de schilderende dominee Oldeman, dat de iconische status behouden bleef. Ze vonden het idyllische tafereel kennelijk de moeite van het kopiëren waard. Daardoor werd de toren een vast onderdeel in veel winterlandschappen.
Wayenstein verdween weliswaar uit de werkelijkheid, maar bleef verankerd het collectief bewustzijn.*
*Ik moet hier een uitzondering maken voor Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam, de plek waar het oorspronkelijke schilderij van Charles Leickert, het archetype dus, in depot bewaard wordt. Kennelijk heeft men daar geen idee van wat er op het kunstwerk wordt afgebeeld en wat de betekenis van het bouwwerk is voor de vaderlandse en de kunstgeschiedenis. Want het heet daar ‘Wintergezicht met ronde toren en boerderij aan een bevroren vaart’. Anoniemer en nietszeggender kan bijna niet….
Naschrift:
Hieronder een andere miniatuur van Oldeman.



