Ook een genie moet elke dag eten. Joseph Brocken (1917-1994) was een homo universalis, een alleskunner: uitvinder, schoenontwerper, illustrator, musicus, restaurator en leermeester. Maar zijn gezin moest onderhouden worden, en de 20e-eeuwse kunstmarkt had weinig op met de romantische traditie waarin hij excelleerde.
Dus paste Brocken zich aan met een handige commerciële strategie. Hij produceerde wat de markt wilde: vlotte stadsgezichten met pittoreske trapgevels, decoratieve Italiaanse werkjes met kastelen aan meren, gezellige stillevens met koperen potten en pannen, kleurrijke bloemenvazen. Vooral zijn ‘Volendam-taferelen’ werden een goudmijn. Hij installeerde zich triomfantelijk op de dijk, waar hij voor het oog van toeristen en voorbijgangers schilderde – een levende attractie. De iconische groene huisjes, de klederdracht, het authentieke Nederlandse dorpsleven: precies wat buitenlandse bezoekers als souvenir wilden meenemen. Brocken, woonachtig in Kaatsheuvel met sprookjesfabriek De Efteling om de hoek, wist precies met welke sprookjes over ‘Holland’ hij toeristen naar huis moest sturen.
De strategie werkte briljant. Toeristen kochten direct van de ezel, betaalden contant, namen hun aandenken mee naar huis. Zo verspreidde Brocken’s werk zich over de hele wereld – van Californië tot Duitsland, van Scandinavië tot Japan. Kleine, toegankelijke werkjes die nu overal opduiken op veilingen en in antiekwinkels. Het was seriematig werk, routinematig zelfs, maar altijd vakkundig uitgevoerd. Verschillende formaten, verschillende prijsklassen, voor elk budget wat wils. Vanuit zijn galerie in Kaatsheuvel bediende hij de lokale markt, op de dijk de internationale toerist. Een perfecte tweedeling: vast inkomen hier, impulsaankopen daar.
Maar thuis, in zijn atelier in Kaatsheuvel, creëerde Brocken zijn echte meesterwerken. Hier, ver van de dijk en de haastige toeristen, vond hij de rust en concentratie om te laten zien wat hij werkelijk in huis had. Als restaurator bezat hij een forensisch begrip van 19e-eeuwse schilderkunst. Hij kende de recepten voor de opbouw van verflagen, wist welke pigmenten wanneer gebruikt werden, begreep hoe de grootmeesters uit de 19e eeuw en de eeuwen daarvoor werkten. Jarenlang had hij ‘de hand’ geleerd waarmee meesters als Schelfhout, Leickert en Spohler werkten. En wist hij ook precies hoe zij dachten.
Met dit schimmige winterlandschap creëerde Brocken zijn opus magnum. Het is een meesterlijke knipoog naar Jan Jacob Spohler en de Hollandse Romantiek – zo perfect uitgevoerd dat het moeiteloos als authentiek 19e-eeuws werk door het leven had kunnen gaan. De opkomende maan hult het landschap in sprookjesachtige waas, de lichtbehandeling is subliem, de atmosferische effecten zijn van een technische perfectie die zijn restauratie-ervaring verraadt. Hier spreekt meer dan alleen vakmanschap.
En toch – en dat is cruciaal – signeerde Brocken dit werk trots met zijn eigen naam en voorzag het van een certificaat. Geen vervalsing, geen bedrog, maar een bewuste eerbetoon aan de meesters die hij zo diep begreep. Dit is zijn artistieke testament: kijk, dit kan ik als ik niet op de dijk zit met mijn toeristen-sprookjes.
Op dit wonderlijke schilderij zien we alle vertrouwde elementen van 500 jaar Nederlandse wintertraditie: donker ijs, kale bomen, schaatsers, een slee met paard, architectuur in silhouet, dramatische wolkenpartijen. Maar Brocken heeft er zijn eigen touch aan gegeven – het tegenlicht, de warme gloed door de mist, de manier waarop de duisternis tot leven komt. Het is technisch identiek aan 19e-eeuws werk, maar tegelijk onmiskenbaar zijn eigen visie. Daarin schuilt de meesterschap: perfecte beheersing van traditie, gecombineerd met persoonlijke bezieling.
Hieronder de werkjes die hij zoal op de dijk in Volendam verkocht.

