
Op dit klassieke wintergezicht springt de fantastische wolkenhemel, die tweederde van het doek beslaat, het meest in het oog. De schilder heeft de weeromslag magistraal weergegeven: onheilspellende, duistere wolken die van rechts opkomen, staan op het punt de blauwe lucht te verdringen. Datzelfde spel, tussen licht en donker, speelt zich op de ijsvloer en op beide oevers van de vaart af. Het donkerblauwe ijs vormt een fraai contrast met het wit van de sneeuw.
Het ongesigneerde kunstwerk is hoogstwaarschijnlijk van de hand van de 19e eeuwse schilder Nicolaas Martinus Wijdoogen, een kunstenaar over wie helaas bar weinig bekend is. In Wikipedia vinden alleen dit:
“Nicolaas Martinus Wijdoogen was een Nederlandse kunstschilder. Hij was vooral werkzaam in Amsterdam, waar hij onder meer in 1848 ook exposeerde. Er zijn tot op heden geen genealogische bewijzen te vinden over zijn geboorte en overlijden, de daarover vermelde gegevens zijn niet te verifiëren.Hij schilderde vooral schepen en winterlandschappen.
Tijdens de hierboven genoemde expositie gaf hij als adres op “Bij de heer Vettewinkel, Oude Waal nr.6, in Amsterdam”; dit was waarschijnlijk de kunstschilder Hendrik Vettewinkel Dzn (1809-1878), waarvan hij vermoedelijk een leerling was. Later richtte Vettewinkel een ‘Schilders en vergulderzaak’ op. Het bedrijf Vettewinkel werd later deel van Sigma Coatings.”
Aldus Wikipedia.
Uiteraard zoeken we verder naar biografische gegevens en komen terecht op de website van de vermaarde kunsthandel Buunk en Simonis. Zij bieden weliswaar een fraai werk van Wijdoogen aan, maar weten niet meer dan dit over de schilder te vertellen:
“Van het leven van Nicolaas Martinus Wijdoogen is weinig bekend. Hij werd vermoedelijk in 1824 geboren…Volgens zijn nazaten ontmoette hij in 1849 te Amsterdam de Deense Annette Pidova met wie hij naar Kopenhagen verhuisde. Daar woonde en werkte hij tot zijn overlijden in 1898 toen hij bezweek aan een longontsteking.”
We geven de moed niet op en vervolgen onze speurtocht in de hoop meer aan de weet te komen over de maker van het kunstwerk. Zo belanden we op de website van de ‘digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren’ bij het boek ‘Uithangteekens’ uit 1867, waarin we kunnen lezen dat Wijdoogen een keer een uithangbord boven een Amsterdamse tabakswinkel heeft geschilderd. Het was door zijn leermeester, de kunstschilder Hendrik Vettewinkel, ontworpen en stelde een winters stadsgezicht voor. Het was “fraai uitgevoerd” weet een tijdgenoot ons te melden, “maar na 15 jaar door weer en wind aangetast”.
Het blijft allemaal sprokkelwerk, maar ijverig blijven we het internet afstruinen op zoek naar meer wetenswaardigheden over deze kunstschilder. Misschien biedt het nationaal krantenarchief houvast? In een van de weinige artikelen waarin de naam Wijdoogen opduikt, gepubliceerd in het Algemeen Dagblad van 29 juli1975, wordt een van zijn schilderijen terloops genoemd. We lezen dat inbrekers uit het kantoor van de b.v. Bouwprojecten Melchior in Maastricht 8 schilderijen met een totale waarde van 200.000 gulden hebben gestolen. “De daders, die via een ingeslagen ruit naar binnen drongen, maakten twee stadsgezichten van de schilder Hulk, een stadsgezicht van de schilder Van den Burg, een kerkinterieur van Bosboom, een ijsgezicht van Boers, een schilderij van het Haagse stadhuis van Hardenberg en een strandgezicht van de schilder Wijdoogen buit.”
Ik weet niet of hun buit wat heeft opgebracht, maar de opbrengst van mijn speurwerk blijft al met al mager. Maar dan is er plots een doorbraak. Als zoekend ben ik bij een collega-speurder terecht gekomen. Een verre nazaat van de schilder nog wel, de gepensioneerde journalist Kees Wijdooge. Hij blijkt een biografie over zijn verre voorvader te hebben geschreven onder de veelzeggende titel ‘Zoektocht naar de kleine meester’. Nu moet ik mijn bakens verzetten en op zoek gaan naar deze speurder.
Ik vind hem, bel hem en hij stuurt mij, per post, het boekwerk en een drietal bijlagen. Vanochtend heb ik het materiaal in één ruk uitgelezen. Het is een bijzonder verhaal dat begint in de jaren ’60 van de vorige eeuw als de vader van de auteur, Cornelis Wijdooge (1905-1989), naspeuringen gaat doen naar de schilder. Ik lees hoe Cornelis destijds al zijn bevindingen vastlegde in een grote dossiermap met uitgetypte teksten, afbeeldingen van schilderijen, catalogi en brieven. Cornelis dook in archieven, benaderde kunstexperts en schreef talrijke instanties aan. En hij liep heel wat veilingen af in een poging een ‘Wijdoogen’ te verschalken. Ook maakte hij nauwgezet verslagen van de gesprekken die hij daar voerde met ander bieders en verkopers. Het is een bijzonder relaas dat een soms onthutsend inkijkje biedt in de kunsthandel.
Zijn zoon, de auteur van ‘Zoektocht naar de kleine meester’, zette deze speurtocht voort en stelde een catalogus samen van het oeuvre (van meer dan 100 doeken en panelen) van de kunstenaar. Zijn jarenlange onderzoek, in het kielzog van zijn vader, leidde uiteindelijk tot deze conclusie:
“Over de persoon van de kunstschilder zijn we in pakweg 60 jaar niets (meer) te weten gekomen. De bekende gegevens zijn voor het merendeel onjuist gebleken -en vermoedelijk ‘van horen zeggen’ – zo is uit mijn navorsingen zonneklaar gebleken.”
Ik hoopte via zijn boek meer aan de weet te komen over de schilder Wijdoogen. Maar na het lezen ervan blijkt dat het mysterie rond het leven van Nicolaas Martinus Wijdoogen alleen maar groter is geworden. De auteur zet bijvoorbeeld vraagtekens bij wat de erkende experts allemaal beweren: is Wijdoogen wel naar Denemarken gegaan en daar gestorven aan een longontsteking? Hij is namelijk onvindbaar in de, doorgaans goed bijgehouden, archieven van Kopenhagen. Ook de (dis)kwalificatie ‘kleine meester’, die hij van nogal wat experts meekrijgt, is volgens de auteur dubieus. Want in zijn tijd, en ook lang daarna nog, werd Wijdoogen in één adem genoemd met de grote meesters Pieneman. Schelfhout en Weissenbruch, om maar eens een paar te noemen. En als klap op de vuurpijl komt een andere vraag bovendrijven: is ‘Wijdoogen’ wellicht een schuilnaam, een pseudoniem van een andere kunstenaar?
Als dat laatste waar is, komt de jarenlange zoektocht van vader Cornelis en zoon Kees Wijdooge in een ander daglicht te staan. Dan zijn beide speurders immers geen familielid van de schilder….
Naschrift:
Er staat geen duidelijke handtekening op dit schilderij en lange tijd veronderstelde men dat het, vanwege de hoge kwaliteit, een werk van Charles Leickert (1816-1907) moest zijn. Leickert was een vermaard en productief schilder. Hij blonk uit in de romantische Hollandse School en werd opgeleid door grootheden als Wijnand Nuijen en Andreas Schelfhout. Leickerts sfeervolle winterlandschappen, die een bijzondere, haast magische lichtval hebben, worden niet alleen zeer geprezen, maar zijn ook hoog geprijsd.
Omdat dit fraaie kunstwerk aan Leickert werd toegeschreven, bevestigde dat vervolgens weer diens reputatie. De eigenlijke maker, Wijdoogen dus, bleef in de schaduw. Het deed zijn reputatie geen goed, dat hij zijn betere werk (zoals dit schilderij) ‘verloor’ aan beroemdheden. Daardoor werd hij puur en alleen beoordeeld op zijn wat minder geslaagde schilderijen en dus voor een ‘mindere god’ aangezien. Dat leverde Wijdoogen vervolgens de zeer onterechte diskwalificatie op van ‘kleine meester’.
Kunsthistorica drs. Maeike Kimsma, taxateur en specialist ‘Oude Meesters & 19e eeuw’, stelde onlangs vast, dat niet Leickert maar Wijdoogen de maker van dit schilderij is. Die toeschrijving lijkt volstrekt gegrond. Los van het feit dat het schilderij qua atmosfeer en opbouw grote gelijkenis vertoont met andere schilderijen van Wijdoogen, zijn er details op het werk te zien, die ook op die andere werken voorkomen. Kijk maar hieronder naar vergelijkbare schilderijen van Wijdoogen, waarop we bijvoorbeeld de boot met de twee mannen op de voorgrond zien terugkeren. Dat geldt ook voor de schaatser met de prikhaak, evenals de markante toren.
Het zijn fraaie werken die niet alleen getuigen van het vakmanschap van Wijdoogen, maar vooral ook van zijn verbeeldingskracht.
