Je koopt een schilderij altijd vanwege de voorkant. Maar de achterkant vertelt soms het eigenlijke verhaal.
Kijk maar eens naar dit winterlandschap in een vergulde lijst. Een kasteel met trapgevels en een uivormig torentje rijst op aan de rand van een bevroren water. Ervoor glijdt een paartje over het ijs, een schaatser met een stok glijdt voorbij langs de muur, verderop lopen twee figuren door de sneeuw te ploeteren. Kale bomen steken hun takken in een grijze lucht, links op de voorgrond staat een geknotte wilg. Alles wat een winterstuk in de trant van Barend Cornelis Koekkoek nodig heeft, is aanwezig. Alleen een naam ontbreekt. Op de voorkant staat geen signatuur. Wie heeft dit geschilderd?
Een markt vol oude meesters
Wie het antwoord zoekt, moet eerst weten in welke wereld dit schilderij thuishoort. Tussen ongeveer 1970 en 1990 werd in Nederland en Vlaanderen een grote hoeveelheid commercieel schilderwerk gemaakt: sfeervolle, decoratieve stukken voor boven de bank, verkocht via kunsthandels, woonwinkels en lijstenmakers. De schilders erachter waren vaak vakkundige broodschilders, die snel en betrouwbaar werkten volgens beproefde recepten. Hun namen kom je in kunstlexicons zelden tegen.
Het verlangen naar oud-Hollands
En wat er in die tijd verkocht werd, was vooral oud-Hollands. Het publiek wilde de 19e eeuw aan de muur: wintergezichten met schaatsers naar Koekkoek, Schelfhout en Kruseman, stadsgezichten in de trant van Springer, zeilschepen op woelig water, bloemstillevens. Het was geen namaak met de bedoeling te misleiden, maar een genre op zichzelf: herkenbare beelden die een gevoel van traditie en gezelligheid in huis brachten. Dit winterlandschap past daar naadloos in. Het kasteel, de knotwilg, de figuurtjes met hun kleuraccenten: het is het beeldtaal van de Romantiek, opnieuw opgezet voor een moderne huiskamer.
Het materiaal verraadt de tijd
Een 19e-eeuwse schilder zou het op een eikenhouten paneel of een handgeprepareerd doek geschilderd hebben. Dit werk staat op triplex. In de lucht schemert een fijne horizontale streping door: de grondering is in één beweging opgezet, zoals je bij seriematig voorbereide panelen ziet. Ook de lijst spreekt spreekt boekdelen. De hoeken zijn aan de achterkant verstevigd met geniete driehoekjes van triplex, het paneel zit vast met draadnagels, de ophangdraad is eenvoudig rond twee oogjes gedraaid. Dat is werkplaatswerk uit de jaren zeventig of tachtig, efficiënt en zonder pretentie.
Geen naam op de voorkant
Dat de voorkant ongesigneerd is, past in hetzelfde beeld. Een kunstenaar die zijn eigen werk naar buiten brengt, zet er zijn naam op. Een decoratief handelsstuk heeft dat niet nodig; het wordt verkocht om wat het voorstelt, niet om wie het maakte. Een ontbrekende signatuur maakt een werk niet anoniem, maar zegt wel iets over de rol die het speelde: het was handelswaar.
Wat vertelt de achterkant?
Wie een schilderij omdraait, leest vaak een tweede verhaal. Hier is dat ook het geval. Rechtsboven op de achterkant staat met groene viltstift, onderstreept: ’S. Simons’. Het is geen signatuur in de gebruikelijke zin, eerder een merkteken, aangebracht op de plek waar alleen de handelaar of de koper kijkt. Zoeken naar een schilder S. Simons rond die tijd levert niets op, niet in de veilingdatabanken en niet in de naslagwerken. Een bedachte naam, een handelsnaam, ligt voor de hand.
Maar de achterkant bevat meer. Op de onderlat van de lijst staat in potlood een korte code, „2epjc”: tweede kwaliteit, eiken patine. Dat is de taal van de lijstenmaker, een aanduiding van het profiel uit de voorraad. En daarnaast staat een stempel.
Het stempel
Het stempel is gedeeltelijk vervaagd, maar de essentie is leesbaar. Links een palet met penselen en verftubes, rechts: Kunsthandel ’t …, Kruisstraat 167, 5612 CH Eindhoven, tel. 040-44…. Alleen al de vorm van het adres dateert het. Postcodes van vier cijfers en twee letters bestaan sinds 1977-1978, en zescijferige abonneenummers achter het netnummer 040 verdwenen in oktober 1995, toen Nederland overging op zevencijferige nummers. Het stempel werd dus gezet tussen ongeveer 1978 en 1995.
Een lijstenmakerij in Woensel
De naam van het bedrijf was op het stempel niet meer te ontcijferen. Het antwoord komt uit onverwachte hoek: een carnavalsgids. In het programmaboekje van carnavalsvereniging De Lichtstadnarren uit 1984 staat, tussen de loodgieter en de bloemist, een advertentie met precies hetzelfde logo: Kunsthandel ‘’t Verstekje’, Jos en Henny Bolwerk, Kruisstraat 167, 5612 CH Eindhoven, tel. 040-446464.
De naam zegt alles. Een verstek is de schuine hoek van 45 graden waarin de latten van een schilderijlijst samenkomen, de basisverbinding van het lijstenmakersvak. ’t Verstekje was een lijstenmakerij met kunsthandel, en daarmee vallen de stukjes op hun plaats: de lijst uit eigen voorraad, de code voor tweede kwaliteit eiken patine, het stempel van de zaak. Henny Bolwerk dreef de zaak aan de Kruisstraat van november 1978 tot juni 1997.
De lijstenmaker die schildert
Henny Bolwerk is nog altijd actief, met een eigen atelier voor lijstenmakerij en restauraties in Eindhoven. Op zijn website vertelt hij over vijfendertig jaar ervaring in de kunsthandel. En onder het kopje „Verkoop van schilderijen” staat de zin waar dit speurwerk om draait: Henny Bolwerk beheerst verschillende schilderstijlen, waaronder de glaceertechniek. Zijn collectie omvat landschappen, stillevens en bloemstillevens, en hij schildert ook in opdracht.
Tussen de voorbeelden op zijn site staan precies de onderwerpen van de markt waarin ons winterlandschap thuishoort: zeilschepen, een zwaan, een winterlandschap met sneeuw, en een 19e-eeuwse marktscène in de trant van Springer, compleet met kerktorens, kramen en figuren in klederdracht. De lijstenmaker van ’t Verstekje was zelf een schilder van oud-Hollands werk.
De maker gevonden
Leg je zijn werk naast het winterlandschap, dan worden de overeenkomsten zichtbaar. Allereerst in de architectuur. De gevels van het kasteel zijn opgebouwd zoals Bolwerk de huizen maakt op een schilderij van het Comomeer: grote, vlakke, warm-okerkleurige partijen in het licht van links, schaduwkanten in een koel, vlak grijs-violet, vensters als kleine donkere rechthoekjes zonder kozijn of detail. In beide gevallen staat een lichte gevelpartij tegen een donkere massa bomen aan de rechterkant.
Nog sprekender zijn de figuren. Bij Bolwerk zijn ze langgerekt, met kleine hoofden zonder gezichtsdetail, nauwelijks uitgewerkte handen en voeten. Hij zet hun contouren aan met een donkere omtreklijn en plaatst licht en donker hard tegen elkaar: witte schorten tegen zwarte jurken, een lichte broek tegen een donkere jas. Elke figuur krijgt één kleuraccent, een rode jas, een oranje kraag. Onder de figuren valt een donkere, verticale veeg als schaduw of spiegeling. Het schaatsende paar en de schaatser met de stok zijn op exact dezelfde manier gemaakt als de vrouw met het kind op zijn markt en het paar op zijn terras. Dat is geen Koekkoek, die zijn figuren zacht modelleert, maar een persoonlijk handschrift dat dwars door het geleende genre heen zichtbaar blijft.
Zo sluit de cirkel. Een ongesigneerd winterlandschap op triplex, in een lijst uit de voorraad van ’t Verstekje, met op de achterkant de naam S. Simons. Een lijstenmaker-kunsthandelaar die zelf oud-Hollandse stukken schilderde en daarbij een herkenbare hand had. Het stempel, de lijstcode, de architectuur en vooral de figuren wijzen allemaal dezelfde kant op: het winterlandschap van ‘S. Simons’ is geschilderd door Henny Bolwerk, en de naam op de achterkant was de handelsnaam waaronder het in zijn eigen zaak werd verkocht. Wat nog rest, is de bevestiging uit de eerste hand, van de schilder zelf.
(Hieronder een verre van volledige reeks van navolgers van het schilderij van Koekkoek)

