
Ben eerlijk, tegenwoordig worden over de meest onzinnige onderwerpen speelfims, televisieseries of documentaires gemaakt. Vaak zijn het bedenksels die op een achternamiddag in elkaar geflanst lijken te zijn. Of ‘open deuren’ en sleurverhalen waarvan er niet dertien, maar honderd in een dozijn passen.
Maar wie de werkelijkheid zelf, en niet allerlei hersenspinsels, als uitgangspunt neemt, komt de meest wonderlijke verhalen op het spoor. Verhalen die de moeite van het onthouden of zelfs verfilmen waard zijn.
Ik begin, zoals meestal, bij het begin:
Ik kocht het schilderijtje in eerste instantie uit romantische motieven. Het rustieke tafereel van twee mannen die bij een wak in het ijs zaten te vissen, sprak me gelijk aan.
Toen ik me echter wat meer in het tafereel verdiepte, werd duidelijk dat op dit schilderij geen ijspret staat afgebeeld, maar pure overlevingskunst. Hier blijken namelijk beroepsvissers aan het werk te zijn. Dat is te zien aan de professionele visnetten waarmee de twee mannen op de voorgrond in de weer zijn. En aan de slede waarop ze hun vangst, als die eenmaal is binnengehaald, zullen vervoeren.
Ooit waren de strenge winters, waarbij zelfs de zee bevroor, een regelrechte ramp voor diegenen die van de visvangst moesten bestaan. Gelukkig zijn mensen, en dus ook vissers, overlevingskunstenaars. Zo zien we dat tijdens de ijskoude winters, die ons land ooit teisterden, vissers met vrachtsledes het ijs opvoeren. Die waren beladen met netten, hakbijlen, manden, proviand en vaak een kruik kruidenbitter. Met de meegebrachte bijlen hakten ze het ijs open en lieten dan in het wak hun netten neer om op die manier vis te vangen. Vaak bonkten ze daarbij met eikenhouten balken van wel een meter lang op het ijs. Deze, niet ongevaarlijke, manier van vis vangen werd ‘botkloppen’ genoemd. Door de doffe dreunen ontwaakten de op de zeebodem sluimerende platvissen (‘botten’) die dan in blinde paniek de netten inzwommen. Het was slechts een kwestie van tijd de vangst binnen te halen.
Het woord ‘botkloppen’ is nagenoeg uit onze taal verdwenen. Waarschijnlijk dat ze er In het oude Zuiderzeeplaatsje Durgerdam, juist ten noorden van Amsterdam, nog weet van hebben. Daar wordt nog vaak het verhaal over vader Bording en zijn twee zoons verteld, die op zaterdagochtend 13 januari 1849 samen het ijs optrokken om te ‘botkloppen’. De drie mannen hadden succes met de visvangst, maar te laat in de gaten dat de dooi was ingetreden en dat ze op een ijsschots waren beland. Die dreef langzaam maar zeker weg van de kust.
Veertien dagen dreven ze rond over de Zuiderzee, waarbij ze af en toe op een andere ijsschots moesten overspringen omdat de hunne onder hen wegsmolt. Dankzij regenwater en de botten die ze hadden gevangen bleven ze in leven.
Uiteindelijk werd het drietal gered door vissers uit Vollenhove, alhoewel vader Bording en een van zijn twee zonen, kort na hun redding, door uitputting overleden. Vader en zoon rusten nu op het kerkhof van Vollenhove. Hun klompen worden nog steeds in een verloren kast van het oude stadhuis bewaard.
De dramatische Odyssee van de drie Bordings, die ongewild twee weken lang op smeltende ijsschotsen op de Zuiderzee ronddreven, is in de 19e eeuw menigmaal door schilders vereeuwigd. Blijkbaar vonden ze het toen nog een goed verhaal.
Heroïsche verhalen zijn kennelijk niet van deze tijd, want de mannen en hun overlevingstocht op zee zijn nagenoeg vergeten. Behalve dan in het piepkleine Durgerdam, waar de burgerij in 2017 besloot twee plaatselijke bruggen, die het pittoreske plaatsje met de buitenwereld verbinden, naar de drie ‘bottenkloppers’ te vernoemen. Om zo de herinnering levend te houden.
Naschrift:
Hieronder een kaart van de barre reis van de drie botkloppers.
